Art History

Havard en Lalanne in Holland

Henry Havard was geboren in 1838 in Bourgondië, hij trok naar Parijs waar hij deelnam aan de Commune van Parijs in 1871. Hij werd daarvoor ter dood veroordeeld, en vluchtte naar Nederland. Vanuit Nederland schreef hij voor diverse Franse bladen (Le Siècle, Le Monde Illustré). Hij schreef een boek over Delfts blauw aardewerk, “Histoire de la Faïence de Delft” en hij schreef een boek “La Hollande À Vol d’Oiseau”, Holland in Vogelvlucht. Voor dat boek reisde hij door het land en beschreef hij de steden in ons land, van Maastricht via Groningen en Leeuwarden naar Flessengue (Vlissingen).

Toen het boek geschreven was, suggereerde de uitgever dat Maxime Lalanne, etser en houtskool-tekenaar, de illustraties zou maken. Om Lalanne deelgenoot te maken van zijn indrukken van Holland, reisde Havard opnieuw door het land, nu met Lalanne. Dit resulteerde in de prachtige kleine tekeningetjes van het Holland rond 1880 die in het boek zijn opgenomen.

IMG_20200812_111926
Maxime Lalanne, tekening van de St Antoniespoort in Amsterdam (nu De Waag).

Het boek verkocht goed, al in 1882 was er een derde druk. Een mooi boek, goud op snee, een linnen band bedrukt met tekeningen in goud en zwart. Zoals vroeger mooie boeken werden gemaakt.

Havard moet als kunstcriticus toen hij door het land reisde al snel Mr Anton van Duyl hebben ontmoet, hoofdredactuur van het Handelsblad en kunstkenner. Ze raakten bevriend en bleven goede vrienden, ook toen Havard na gratie in 1879 terugkeerde naar Parijs. Van Duyl bracht Thérèse Schwartze in contact met Havard toen ze op zijn aanraden naar Parijs ging; Van Duyl en anderen vonden dat Schwartze zich aan de Duitse invloeden (van b.v. Lenbach) moest onttrekken en meer kennis moest nemen van de Franse schilderkunst. Havard leidde haar rond in Parijs en bracht haar in contact met schilders. Goede contacten met Bonnat, Breton en veel anderen zetten haar op het juiste spoor als schilderes. Schwartze heeft tot haar dood contact gehouden met Havard.

Ook met Lalanne had ze overigens contact, getuige het kaartje dat hij haar in 1885 stuurde.

card

 

Taalblog

Stephen King: On Writing

kameleon

Toen ik op de lagere school zat waren de kinderboeken over “De Kameleon” populair. Alle kinderen lazen ze, verslonden ze. Dus ging ik er eentje lezen, ik meen geleend uit de bibliotheek. Ik kwam niet ver. Ik was een jaar of tien, maar na een stuk of dertig bladzijden dacht ik “wat gruwelijk slecht geschreven”. Ik heb het niet uitgelezen.

Ik lees nu een boekje van Stephen King, “On Writing”. King schrijft over “attribution”, dat is, hoe beschrijf je in je roman wie wat zegt. Ik dacht gelijk aan de Kameleon. Aan een dialoog als

“We gaan varen” opperde Hielke.
“Het blijft mooi weer” wist Sietse.
“Het kan gaan onweren!” waarschuwde de knecht.
“Wees voorzichtig!” lachte moeder.

King geeft een dergelijk voorbeeld in zijn boek. En dan zegt hij

Don’t do these things. Please oh Please.
The best form of dialogue attribution is said, as in he said, she said, Bill said, Monica said.
waarna hij Larry McMurtry noemt als de master of dialogue attribution.

Mijn voorbeeld van briljante dialogue attribution is Underworld, van Don Delillo.

“You have to tell me. So I know.”
“I will tell you, I promise.”
“This way I’ll know.”
“This way you’ll know.”
“That’s right.”
“That’s right, isn’t it?”
“Yes, that’s right.”
“But you have to tell me. That’s the only way I know.”

De attributie gebeurt niet met “he said”, niet met “he gruntled” en al helemaal niet met “he gruntled sadly”. Er is geen voorafgaande context, ook niet in het boek. Alle context en alle attributie zit in de tekst zelf. Als je de regels leest, hoor je in gedachten de intonatie van de zinnen, de eerste een verzoek, de tweede een verzekering, de derde een uitleg van het verzoek, en de vierde is interessant: een zowat woordelijke herhaling. Maar in gedachten hoor je de intonatie die zegt “ja, ‘tuurlijk, ik begrijp je”. Heel Underworld staat vol met dit soort dialoog. Geweldig. Het is een van de zeer weinige boeken die ik drie keer heb gelezen, en zeker ook nog een vierde en vijfde keer zal lezen.

Als je een supersnelle cursus in goed schrijven wilt, lees dan de 35 pagina’s van het hoofdstuk Toolbox in On Writing. Dat is hoe de meester Stephen King zijn boeken schrijft.

Programming

Dependency injection in Android

I am a great fan of dependency injection in Java. I have used Guice in the past, I have used Apache Tapestry that has a great implementation of dependency injection, but Spring Boot makes DI so easy to use that it surprises me that there are still projects that don’t use it.

On Android, it’s a different story. In the old days, there was Roboguice. Roboguice was based on Google’s Guice, with additions and changes to accomodate Activity and Service classes. I loved Roboguice, but changes in Android made it harder for its developers to maintain it, until they came to the point that they stopped supporting it. I switched to using Toothpick, which I like, but as so few projects use it, I abandoned it.

I also used Robolectric, a testing framework that allows you to integrate DI into your testing.

Dagger is now the DI tool of choice on Android. Dagger requires you to explicitely inject members into activities and other classes. This is a consequence of the architecture of Android that requires extending Activity and Fragment classes. Roboguice had classes like “RoboActivity”, which became cumbersome after we had FragmentActivity, AppCompatActivity and others. Also Dagger requires module classes for configuration, which are similar to Spring Boot configuration classes. Also, you need Component interfaces to allow for DI in activities etc.

The amount of boilerplate code you need for Dagger makes me think that the old Factory pattern is easier to use than Dagger. Also, Dagger comes in versions, when you read a tutorial you need to be careful if the tutorial is actually applicable for the version of Dagger that you use.

The main trouble with DI in Android is a design flaw in Android: your activities extend the Android Activity class, rather than implement an Android Activity interface. Same for Service, Fragment, etc. Activity being an interface would make life easier for DI and for developers. It would also make testing less complicated: if you use DI in tests you need a context object that you don’t have. A few years ago you could use Robolectric that creates a fake context object for you, today you can test on a device, using the device’s context.  I use DaggerMockRule to provide an application context to a test, I have different DaggerMockRules for different types of test.

If only Android had made Activity an Interface rather than a class, we could  have used a simplified version of Spring Boot DI on Android….

Blog

Jongensdingen, meisjesdingen

Eén op de 20.000 mensen is transseksueel (“genderdysfoor”), volgens het CBS. Dat wil zeggen, dat ze op enig moment van geslacht veranderen. De kans dat je kind transseksueel is, is dus zeer klein. Je hoeft er geen rekening mee te houden. Ook niet als je peuterzoontje alleen met poppen speelt, of je kleuterdochter alleen met auto’s of lego. Waarom zijn er dan toch mensen die denken dat een jongetje dat met poppen speelt, transgender zou zijn?

In onze samenleving staat “met poppen spelen” voor “meisjesachtig”. In bomen klauteren, met autootjes spelen, dat is “jongensachtig”. En daar zit de kneep. Een jongetje dat uitsluitend met poppen speelt, is een jongetje dat het leuk vind met poppen te spelen, niet meer dan dat. De reden dat ouders denken dat zo’n jongetje misschien wel transgender is, en met hem naar een genderkliniek gaan, is het vooroordeel van de ouders zelf dat poppen meisjesachtig zijn. Jongens kunnen met poppen spelen, ik denk dat ze dan later heel goede vaders worden. Op dezelfde manier is een meisje dat in bomen klautert gewoon een meisje dat in bomen klautert. Later wordt ze misschien civiel ingenieur, of piloot, of balletdanseres. Wat je niet moet doen is zo’n meisje vertellen “in bomen klauteren is voor jongens, dus gaan we volgende week naar een dokter die gaat kijken of jij niet een jongetje moet zijn”.

Een interessante vraag is: waarom zouden de media zoveel aandacht moeten besteden aan die één op de 20.000 mensen die van geslacht veranderen? Ik denk dat het een overtrokken en overdreven reactie is op “acceptatie” van transseksuele mensen. We moeten immers “inclusief” zijn. Nadeel is dat door zo’n hype ineens iedereen denkt dat genderdysforie normaal is. Dat is het niet. Het is een uitzondering waar je geen rekening mee hoeft te houden.

Wat ik een probleem vind is dat “transgender” veel breder is dan genderdysforie alleen. Allerlei mensen noemen zich transgender als ze zich niet een standaard vrouw of man voelen. Dat heeft erg weinig te maken met genderdysforie, ik denk zelfs dat het er niets mee te maken heeft. Al deze mensen willen helemaal niet hun geslacht veranderen, ze willen zich alleen anders kleden, er anders uitzien.  Het aantal van deze mensen is wel veel groter dan die 1 op de 20.000 en daarom lijkt het, als je alles over één kam scheert, dat een flink deel van de kinderen naar een genderkliniek zou moeten. Dat moeten ze niet.

Jouw kind heeft geen genderdysforie, ook niet als hij of zij met het “verkeerde” speelgoed speelt of de “verkeerde” kleren leuk vindt, ook niet als het als jongetje alleen met meisjes speelt of omgekeerd. Als je kind echt genderdysfoor is, dan maakt het je dat echt wel duidelijk. Bovendien, zolang je kind geen 14 of 16 is doe je weinig schade met niets doen en het gewoon haar/zijn gang te laten gaan. Als je met je kind onnodig naar een gender-arts gaat, kun je wel veel schade doen.

Jouw kind heeft geen genderdysforie, tenzij het jou uit helemaal eigen beweging anders vertelt.

Blog

Goddeloos in Barneveld

“Religie is naar mijn mening uitsluitend verzonnen om vrouwen, kinderen en dieren te onderdrukken. Ik vind het onbegrijpelijk dat vrouwen in zo’n wereld blijven hangen. Ja, ik ben de laatste jaren steeds atheïstischer geworden. Maar eigenlijk ben ik pas met het schrijven van deze roman echt boos geworden.” zegt Stephan Enter in dit interview in NRC. Enter wordt geïnterviewd over zijn nieuwe roman Pastorale, over de benepenheid van Barneveld.

“Religie is uitsluitend verzonnen om vrouwen te onderdrukken” is ook wat Femen zegt, wat Inna Schevchenko zegt. Het is wat Pussy Riot zegt. Het is wat protesterende vrouwen in Iran zeggen. Maar het is niet politiek correct om zoiets te zeggen, “want we hebben vrijheid van godsdienst”. Dus blijven vrouwen onderdrukt worden.