Taalblog

Doet ‘ie het?

Als de monteur er is om de wasmachine te repareren, en de monteur komt de kamer binnenlopen met vuile handen, dan vraag je “doet hij het?”. “Hij” is dan de wasmachine. Maar “doet hij het” is lastig uitspreken, dus in spreektaal is het “doet ‘ie het?”. “ie” als afkorting van “hij” omdat “ie” beter is uit te spreken.

Mensen, met name jongeren, weten steeds minder van taal. De kwaliteit van taalonderwijs (en rekenonderwijs) is door decennialang onderwijsvernieuwen tot bijna nul gezakt. Mensen zeggen “doet ‘ie het?” en komen dan een keer in de situatie dat ze het moeten opschrijven. Omdat “ie” geen woord is in het Nederlands, nemen ze het woord dat er het meest op lijkt, “die”. Ze zeggen “doet ‘ie het” en schrijven dat op als “doet die het?” Wat dan weer net zo lastig is uit te spreken als “doet hij het”. En fout, want “die” is niet hetzelfde als “hij”, ook niet als je “hij” uitspreekt als “ie”. Taalkundig slaat “doet die het?” echt helemaal nergens op.

Vandaar dat ik blij verrast was dat rechtbankverslaggevere Saskia Belleman vandaag in een tweet schreef “En ook in Osdorp zit ie niet ondergronds.”

Taalblog

Taalverarming

Harriet Duurvoort tweette gisteravond “Gisteren hief ik mijn account op”. Als oplettende lezeres verwacht je dan een vervolg als “maar toen crashte Twitter en kon ik het niet opheffen” of “maar terwijl ik daarmee bezig was, bedacht ik me”. Maar nee, ze heeft het opgeheven. Even was ik in de war, toen ik in gedachten de tweet vertaalde naar “Gisteren heb ik mijn account opgeheven” begreep ik wat ze bedoelde.

In dezelfde tweet zegt ze “dit is één van de redenen dat ik demonstreerde”. Weer ben ik op het verkeerde been gezet: ze bedoelt “dit is één van de redenen dat ik gedemonstreerd heb”.

Onze taal is rijk. We hebben heel veel mogelijkheden om dingen te zeggen, en hoe meer we kunnen zeggen, hoe beter we communiceren. Een rijke taal onderscheidt ons van chimpansees en Neanderthalers. Daarom vind ik het erg jammer dat gaandeweg onze taal verarmt. Waar we 50 jaar geleden de voltooid tegenwoordige tijd en de onvoltooid verleden tijd hadden om op subtiel verschillende wijze iets te zeggen over wat we hadden meegemaakt, hebben we nu nog maar één manier: de onvoltooid verleden tijd. Als de schrijver schrijft “ik schreef een boek” kunnen we niet anticiperen op “maar ik kreeg een schrijversblokkade” of “en het ligt nu in de winkel”. Onze hersenen moeten even on hold en kunnen zich niet voorbereiden op het vervolg van de zin. Luisteren wordt daardoor inspannender, begrip van het gesprokene wordt belemmerd.

Ik ben wat betreft dit onderwerp een roepende in de woestijn. De meeste mensen zijn zoveel jonger dan ik dat ze helemaal het verschil tussen onvoltooid verleden tijd en voltooid tegenwoordige tijd niet kennen. Niet geleerd op school, niet geleerd van hun ouders. Niemand begrijpt tegenwoordig nog dat de taal met het verdwijnen van taalconstructies is verarmt. Straks zijn we qua taal afgedaald tot het niveau van de chimpansee, maar ook dan zal dat tot niemand doordringen.

Ik begrijp overigens goed waarom Duurvoort geraakt was. Twitter heeft alle niveaus van beschaving verloren. Ik had iets getweet over de demonstratie op de dam en over de coronamaatregelen, en de riolen van Twitter begonnen te spuiten. Ik had iets getweet over burgemeester Halsema, en kreeg daarna een lawine van scheld-tweets. Geen inhoud, alleen lage aantijgingen. Meestal vol taal- en spelfouten. Duurvoort moet zich niet teveel aantrekken van wat Twitter zegt. Twitter is tegenwoordig een verzameling van trollen en bots en nitwits en domme mensen. Duurvoort moet blijven tweeten, om daar een beetje tegenwicht tegen te geven.

Taalblog

Nadat de juf de klas verliet…

Taal heeft een structuur en een systematiek. Die structuur en systematiek hebben een functie: ze maken het gemakkelijker voor een toehoorder het gesprokene te begrijpen. Hoe meer een toehoorder kan anteciperen op wat een spreker gaat zeggen, hoe groter de kans dat het gesprokene overkomt. Denk aan een telefoongesprek:

“Met de firma Jansen”

“Met Christine Karman, mag ik mevrouw Jansen aan de lijn?”

“Momentje. Wat is uw naam?”

Ik heb net gezegd hoe ik heet, maar de telefoniste heeft dat niet opgepikt. Dus doe ik het anders:

“Met de firma Jansen”

“Goedemiddag mevrouw, ik zou graag spreken met mevrouw Jansen, mijn naam is Christine Karman”.

“Ik verbind u door”

Als ik zeg “goedemiddag mevrouw” bereidt de telefoniste zich voor op mijn boodschap, en als ik zeg “mijn naam is” begrijpt ze dat ik daarna mijn naam zeg en dat ze die moet opschrijven. De menselijke hersenen zijn zeer complex en en doen voortdurend van alles, ze hebben even tijd nodig om over te schakelen naar het luisteren naar een zin. Als ik zeg “goedemiddag” gaan de hersenen van de telefoniste in de stand “luisteren naar de boodschap” en als ik zeg “mijn naam is” gaan ze in de stand “nu komt de naam”.

Zo gaat het met een zin in het Nederlands ook. Als ik zeg “nadat de boot van de kade was weggevaren” begrijpt de toehoorder dat ik nu iets ga vertellen over wat er daarna met de boot gebeurde. Hij zonk na vijf minuten en verging met man en muis. Als ik zeg “toen de boot van de kade wegvoer” weet de toehoorder dat er nu iets komt over wat er bij het wegvaren gebeurde: de trossen waren niet losgegooid en de boot trok de hele kade omver. Vijf toeschouwers vielen in het water en verdronken.

Het woord “nadat” kondigt aan dat er een werkwoord gaat komen in de voltooid verleden tijd (“was weggevaren”). “Nadat” en voltooid verleden tijd geven aan dat er een gebeurtenis gaat volgen die later heeft plaatsgevonden. Twee minuten na de afvaart, of nog later. Het feit dat dat wordt aangekondigd met “nadat” en daarna een voltooid verleden tijd maakt het voor de toehoorder eenvoudiger de zin te begrijpen. Immers, als je weet wat er gaat komen kun je beter luisteren.

Op dezelfde manier  kondigt het woord “toen” aan dat er een onvoltooid verleden tijd gaat komen (“wegvoer”) en dat er dan een beschrijving volgt van een gebeurtenis die tijdens dat wegvaren al gebeurde. Het beeld van de instortende kade vormt zich al in het hoofd van de toehoorder voordat de spreker de woorden “de kade stortte in” heeft uitgesproken.

Onze taal heeft zich in honderdduizenden jaren ontwikkeld, van de simpele keelklanken van de oermens tot de rijke syntax en woordenschat van tegenwoordig. Die rijke taal bepaalt onze cultuur. Hoe rijker en subtieler de taal, hoe meer we kunnen uitdrukken, hoe hoger ons denkniveau en onze beschaving.

Taal verandert voortdurend, en dat is mooi. Hoe meer nuances en schakeringen, hoe meer nieuwe woorden en uitdrukkingen, hoe meer we kunnen zeggen in onze taal en hoe rijker onze cultuur is. Echter, sommige veranderingen in de taal zijn een verarming, niet een verrijking. Het verschil tussen “nadat” en “toen” is één van de slachtoffers. Het is nu normaal om zelfs in de NRC te lezen “nadat het schip vertrok”. In plaats van dat we het vertrek van het schip op twee manieren kunnen inleiden en uitbeelden, is er nu nog maar één manier, en de toehoorder moet nog even geduld hebben met het vormen van een beeld: is dat een instortende kade of een zinkend schip in de verte. En als dat zinkend schip dan opdoemt, gebeurt hetzelfde als bij de telefoniste van de firma Jansen: “was dat schip net weggevaren of was het al op zee?”

Wat ik hier heb opgeschreven heb ik geleerd op de lagere school (basisschool heet dat nu) in de jaren ’60. Ik leerde het al toen ik leerde praten, zoals alle kinderen het leerden. Ook de meest kansarme kinderen. En ik begrijp niet zo goed waarom dat nu niet meer zo is.

Blog

Immuniteit voor Covid19?

Ik ben geen viroloog, geen epidemioloog en heb zelfs geen medische opleiding. Ik ben natuurkundige en IT’er met een ruime ervaring in het modelleren van allerlei aspecten van onze wereld.

Iedere keer dat iemand begint over groepsimmuniteit zijn er mensen die roepen “het  is nog niet bewezen dat je immuun wordt voor covid19”. Wat ze bedoelen is dat medici nog geen gevallen hebben geconstateerd waarin mensen die het virus hebben gehad, immuun bleken voor herbesmetting. Dat nagenoeg alle virussen een vorm van immuniteit geven (zie hier b.v.) laten ze buiten beschouwing. Ik vind dat een beetje hetzelfde als het volgende. Als een kind wordt geboren weet je dat het twee benen zal hebben. Dat is nog niet de facto vastgesteld, het kind is nog niet geboren en er is geen echo gemaakt, dus “er is nog niet bewezen dat het kind twee benen zal hebben”. Toch is er geen sterveling die er niet zeker van is dat een kind dat geboren gaat worden twee benen zal hebben. En natuurlijk, er worden kinderen geboren zonder twee benen. De kans daarop is echter zo extreem klein dat geen ouder zich daar zorgen over maakt en in de plannen voor komend jaar een hoofdstukje opneemt “stel dat het kind geen benen heeft”.

Ons lichaam kan zich op allerlei manieren beschermen tegen een tweede infectie van een virus (zie bovenstaande link). Een tweede infectie kan optreden, maar is in verreweg de meeste gevallen “sub-klinisch”, dat wil zeggen, niet ernstig. Net als bovengenoemde ouders kunnen we er veilig vanuit gaan dat ook covid19 ons immuniteit zal geven. Misschien kun je een tweede of derde keer besmet worden, misschien word je daar wel ziek van, maar “sub klinisch”, dat wil zeggen, niet al te ernstig. En ja, er is een theoretische kans dat Corona ons geen immuniteit geeft en dat je er bij een tweede besmetting alsnog dood aan kunt gaan. Volgens genoemd artikel is die kans klein. Wat wij doen met onze lockdown en “groepsimmuniteit is geen optie” is een minieme kans op het niet werken van immuniteit aangrijpen om onze samenleving te ontwrichten.

In 2018 zijn er 19 kinderen doodgereden in het verkeer (zie hier). We weten dat er een minieme kans is dat je kind verongelukt op weg naar school of naar de sportvereniging. We gaan er echter vanuit dat die kans zo klein is dat we er geen rekening mee hoeven te houden. Waarom zijn we banger voor een virus dan voor een verkeersongeluk?

Ik vind het jammer dat we ons laten bangmaken door mensen die zeggen “immuniteit voor corona is niet bewezen” en dat we onze samenleving ontwrichten. Ik vind dat we scenario’s waarin immuniteit een rol speelt, gewoon moeten meenemen in de afwegingen. Als het nog tien jaar duurt voordat er een vaccin of geneesmiddel is, dan zal uiteindelijk toch wel die immuniteit de doorslag geven. Waarom dat dan uitstellen?