Taalblog

U wordt verzocht…

Bravo! NRC kan het heel goed: juist taalgebruik.

“Nederlanders die terugkeren uit deze gebieden, wordt dringend verzocht om twee weken in quarantaine te gaan.”

“Nederlanders” is meewerkend voorwerp in deze zin. Dus is het “wordt”, en niet “worden”. Wat de zin betekent is “aan Nederlanders die terugkeren uit deze gebieden, wordt dringend verzocht om twee weken in quarantaine te gaan.”.

Mooi hè?

Taalblog

Stephen King: On Writing

kameleon

Toen ik op de lagere school zat waren de kinderboeken over “De Kameleon” populair. Alle kinderen lazen ze, verslonden ze. Dus ging ik er eentje lezen, ik meen geleend uit de bibliotheek. Ik kwam niet ver. Ik was een jaar of tien, maar na een stuk of dertig bladzijden dacht ik “wat gruwelijk slecht geschreven”. Ik heb het niet uitgelezen.

Ik lees nu een boekje van Stephen King, “On Writing”. King schrijft over “attribution”, dat is, hoe beschrijf je in je roman wie wat zegt. Ik dacht gelijk aan de Kameleon. Aan een dialoog als

“We gaan varen” opperde Hielke.
“Het blijft mooi weer” wist Sietse.
“Het kan gaan onweren!” waarschuwde de knecht.
“Wees voorzichtig!” lachte moeder.

King geeft een dergelijk voorbeeld in zijn boek. En dan zegt hij

Don’t do these things. Please oh Please.
The best form of dialogue attribution is said, as in he said, she said, Bill said, Monica said.
waarna hij Larry McMurtry noemt als de master of dialogue attribution.

Mijn voorbeeld van briljante dialogue attribution is Underworld, van Don Delillo.

“You have to tell me. So I know.”
“I will tell you, I promise.”
“This way I’ll know.”
“This way you’ll know.”
“That’s right.”
“That’s right, isn’t it?”
“Yes, that’s right.”
“But you have to tell me. That’s the only way I know.”

De attributie gebeurt niet met “he said”, niet met “he gruntled” en al helemaal niet met “he gruntled sadly”. Er is geen voorafgaande context, ook niet in het boek. Alle context en alle attributie zit in de tekst zelf. Als je de regels leest, hoor je in gedachten de intonatie van de zinnen, de eerste een verzoek, de tweede een verzekering, de derde een uitleg van het verzoek, en de vierde is interessant: een zowat woordelijke herhaling. Maar in gedachten hoor je de intonatie die zegt “ja, ‘tuurlijk, ik begrijp je”. Heel Underworld staat vol met dit soort dialoog. Geweldig. Het is een van de zeer weinige boeken die ik drie keer heb gelezen, en zeker ook nog een vierde en vijfde keer zal lezen.

Als je een supersnelle cursus in goed schrijven wilt, lees dan de 35 pagina’s van het hoofdstuk Toolbox in On Writing. Dat is hoe de meester Stephen King zijn boeken schrijft.

Taalblog

May or might?

Wired tweeted this today:

Screenshot from 2020-06-18 12-42-11

I would have written it like “… with stuff you may already have at home”. “Might” is used in a sentence to express what is “hypothetical, counterfactual or remotely possible”, as I found on this site. If you say “it’s not that hard”, then I don’t assume that it is remotely possible or even hypothetical that I already have the stuff at home. Rather, I would assume that it is possible or factual that I have the stuff at home. Which means, “I may have the stuff at home”. I am surprised that an editor of Wired should make such a mistake.

Last week I read the documentation of the Dutch Corona app on github. It says

Screenshot from 2020-06-18 12-49-48

If you say that validation and tests may lead to changes of the documentation, you refer to a highly probable possibility that you will change the documentation because it is very rare that validation and tests do not lead to changes in the application and in the documentation. When you say “we might add or remove features” you say “it’s almost certain we won’t”. When you say “we may add or remove features” you mean to say “there is an actual possibility we will”.

Today, people use “might” a lot more than “may” when expressing an intent. This means that where we used to have two different ways of expressing an intent, we now only have one. We lost the option of indicating whether our intention (the thing we may/might do) is a real possibility or just a hypothetical one. The reader or the listener will have to infer this from the rest of our sentence or even from following sentences. This makes listening and reading a tad more difficult. Also, removing options from our language makes it less expressive and poorer. Neanderthals had a much less expressive language than we have, so in a way, removing an option or a word from our language brings us one step closer to being Neanderthals.

 

References

Writingexplained.org

 

Taalblog

Meer “die” vs “ie”

 

Ik las daarnet deze column van Erdal Balci in de Volkskrant. De eindredacteur had niet mijn vorige taalblog gelezen want ik lees deze zin: “Voor de duidelijkheid; ik kan het de oermens niet kwalijk nemen dat die zich terugtrok in stammen”. Taalkundig gezien moet dat zijn “dat hij zich terugtrok”.

Daarna lees ik “zo stond die sterker tegen indringers en was het risico op honger lijden kleiner”. “Die” slaat terug op de voorgaande entiteit in de zin, dat zou hier “stammen” zijn, maar dat is meervoud en “stond” is enkelvoud, dus slaat het terug op “die”, wat dan weer terugslaat op “de oermens”. Schrijf dat dan ook, of schrijf weer “hij”. Dan is de zin beter leesbaar en raak je als lezer niet in verwarring:

“Voor de duidelijkheid; ik kan het de oermens niet kwalijk nemen dat hij zich terugtrok in stammen. Zo stond hij sterker tegenover indringers en was het risico op honger lijden kleiner”.

In de tijd van “de oermens” was sexisme of discriminatie geen punt, “zij” telde niet mee. Als je deze twee zinnen zou opschrijven in een column, niet over de oermens maar over de hedendaagse stadsmens, dan wordt dat nog een hele klus. Dan betreden we ook het terrein van Caroline Criado Perez: “de mens” dat zijn we allemaal, maar de term “de mens” vraagt om “hij” in het vervolg van de zin en dan is 51% van de mensen ineens buitengesloten.

 

Taalblog

Doet ‘ie het?

Als de monteur er is om de wasmachine te repareren, en de monteur komt de kamer binnenlopen met vuile handen, dan vraag je “doet hij het?”. “Hij” is dan de wasmachine. Maar “doet hij het” is lastig uitspreken, dus in spreektaal is het “doet ‘ie het?”. “ie” als afkorting van “hij” omdat “ie” beter is uit te spreken.

Mensen, met name jongeren, weten steeds minder van taal. De kwaliteit van taalonderwijs (en rekenonderwijs) is door decennialang onderwijsvernieuwen tot bijna nul gezakt. Mensen zeggen “doet ‘ie het?” en komen dan een keer in de situatie dat ze het moeten opschrijven. Omdat “ie” geen woord is in het Nederlands, nemen ze het woord dat er het meest op lijkt, “die”. Ze zeggen “doet ‘ie het” en schrijven dat op als “doet die het?” Wat dan weer net zo lastig is uit te spreken als “doet hij het”. En fout, want “die” is niet hetzelfde als “hij”, ook niet als je “hij” uitspreekt als “ie”. Taalkundig slaat “doet die het?” echt helemaal nergens op.

Vandaar dat ik blij verrast was dat rechtbankverslaggevere Saskia Belleman vandaag in een tweet schreef “En ook in Osdorp zit ie niet ondergronds.”