Hoedt u voor de broncodes!

In den beginne was Engels de voertaal van software-makers. Dat is grotendeels nog zo. Vandaar dat de bestanden met quasi-gecodeerde tekst vanwaaruit de sofware wordt gecompileerd “source code” heten. Meestal gewoon “the source”. Heb je het over meerdere programma’s dan kun je zeggen “sources”, meestal is het gewoon “the source”. Dit is zo’n stukje source code:

Screenshot from 2020-01-10 10-41-13

Het ziet eruit als gewone tekst, en dat is het ook. Je kunt het editen met Word, of met Notepad (“kladblok”). Het is ook voor de leek een beetje leesbaar: het gaat over brieven, er wordt een serie brieven gestreamd, gesorteerd, en weer bijelkaar geveegd. Bij het sorteren wordt een “comparator” gebruikt, die bepaalt welke van iedere twee brieven eerst moet komen (lege brieven eerst, verder natuurlijke volgorde). Source code is dus gewoon tekst.

Iemand is ooit op het idee gekomen dat je “source code” zou kunnen vertalen met “broncode”. Bij het woord “code” denk je aan een pincode, of aan geheime gecodeerde berichten. Of aan de code van een bankkluis. Dus als een krant of online nieuwssite een stukje schrijft over “broncodes”, dan denkt de gemiddelde lezer onmiddellijk aan een scherm vol pincodes, of kluiscodes. Onleesbare rare tekens op het scherm. Dat staat ver af van wat met source code wordt bedoeld.

Het raarst maakte het een krant die mij geïnterviewd had over een internet-gerelateerd onderwerp. Ik had gezegd dat ik software maken leuk vond, ik had gezegd “code hacken is heel erg leuk”. Dat betekent “software maken is heel erg leuk”. De eindredactie had er echter van gemaakt “codes hacken is erg leuk”. Dan denk je niet aan software maken, maar aan bankkluizen kraken. Ik ben geen bankrover, ik ben software ontwikkelaar.

Het gebruik van Nederlandse woorden is heel goed. Weg met al dat Engels jargon in het Nederlands. Het gaat echter fout als een woord niet wordt vertaald door mensen die het zelf gebruiken, maar door leken of journalisten. Dan krijg je een monstrum als “broncodes”. Geen enkele softwaremaker heeft het over “broncode”, laat staan over “broncodes”. Dat laatste is een lelijk, fout, bijna eng woord.

Het allergrootste nadeel van het vertalen van “source” in “broncode” is dat je dan niet meer kunt zeggen “use the source, Luke!”

 

De manager wilde het niet.

Eind van de ochtend arriveer ik op station Amstel, met de metro. Ik check uit met mijn OV-kaart, er zijn tien poortjes naast elkaar, maar het uitchecken werkt niet: geen biep. Ik lees de tekst, en die zegt dat ik moet uitchecken bij een GVB poortje, dit is een NS poortje. Ik ben verbaasd. Tien identieke poortjes naast elkaar, en dan zijn er vijf van de NS en vijf van het GVB en die werken niet samen. Hoe moeilijk is het om daar tien dezelfde poortjes neer te zetten die zowel voor de trein als voor de metro werken? Allemaal dezelfde poortjes is eenvoudiger dan twee soorten en het koppelen van de systemen zodat ze bij de juiste vervoerder uitchecken of inchecken kan ook geen rocket science zijn.

Ik stel me zo voor dat medewerkers dat hebben voorgesteld. “Laten we die poortjes combineren, dat is voor reizigers zoveel makkelijker, en voor de doorstroming op het station beter. Technisch is het eenvoudig”. Maar er was een manager. Een verantwoordelijke manager. Die had IT kennis van minimaal een decennium terug, en die had besloten dat het combineren van de poortjes veel te ingewikkeld zou zijn. Doof voor de argumenten van de mensen die er verstand van hadden verkondigde de manager: “We gaan de poortjes van NS en GVB apart houden. Mensen moeten maar gewoon goed opletten waar ze in- en uitchecken. Het koppelen en combineren is veel te ingewikkeld”.

En dus zijn er aparte poortjes op station Amstel, vijf voor de NS en vijf voor het GVB, keurig naast elkaar. Omdat een manager met verouderde kennis het niet aandurfde ze te combineren. Of zo stel ik me voor dat het is gegaan…

Voltooid verleden tijd.

Vroeger hadden we in het Nederlands de voltooid verleden tijd en de onvoltooid verleden tijd. Je kon zeggen “ik ben naar Haarlem gefietst”, als je daarna ging vertellen dat je in Haarlem zulke leuke kleren hebt gekocht en dat je daar zo fijn kunt winkelen. Je kunt ook zeggen “ik fietste naar Haarlem” als je daarna gaat vertellen hoe je onderweg een torenvalkje boven de berm zag hangen dat ineens een muis sloeg. En dat je onderweg zoveel klaprozen hebt gezien. De verleden tijd die je gebruikt geeft de context voor wat je daarna gaat vertellen en dat maakt het voor de toehoorder gemakkelijker je verhaal te volgen.

Nu niet meer. Nu zegt iemand “ik schreef een boek” om daarna te zeggen dat het boek nu in de winkel ligt. Geen context, moeilijker te begrijpen. Het Nederlands mist nu dus een nuance, iets wat we niet meer kunnen uitdrukken met twee verschillende woorden. Terwijl de rijkheid aan schakeringen en nuances in onze taal bepalend is voor onze beschaving: wij onderscheiden ons van chimpansees en neandertalers door de rijkheid van onze taal.

Daarnet wilde ik iets tweeten, waarin de nuance van verleden tijd mooi duidelijk wordt. In ging tweeten “Ine Poppe en Marianne van den Boomen zeiden dat ik een beetje mal ben”. Ze zeiden dat 25 jaar geleden, lang voltooid dus. Maar toch. Denk je eens in dat ik zou tweeten “Ine en Marianne hebben gezegd dat ik een beetje mal ben”. Dan is het een constatering van twee mensen, een oordeel over mij, een oordeel dat niet zo gunstig klinkt. Maar ik ging tweeten “Ine en Marianne zeiden dat ik een beetje mal ben”. Omdat dat een onvoltooid verleden tijd is, trekt het de toehoorder mee naar twee gebeurtenissen van lang terug (ze zeiden het onafhankelijk van elkaar) en naar de sfeer in het gesprek. Je hoort het ze zeggen, je ziet de brede lach van Marianne als ze het zegt, en je begrijpt dat het zinnetje een positief oordeel is over mij. Niet “mal” in ze betekenis van “een beetje gestoord” maar “mal” in de zin van “ongewoon en onconventioneel”. Veel beter.

Wat je zegt is niet alleen wat je zegt, maar ook hoe je het zegt. De verleden tijd die je gebruikt bepaalt voor een deel de betekenis van wat je zegt. Daarom is het heel jammer dat de voltooid verleden tijd op sterven na dood is in het Nederlands.