Blog

Wielren-herintreder

Toen ik wielrende, vroeger, ik bedoel, toen ik koerste, had ik een fiets die Piet Aandewiel voor mij op maat had gemaakt. Dat was in 1974. Voor de onderdelen (“groep” heet dat tegenwoordig) moest ik als student een half jaar sparen. Ik kocht remmen van Weinman, ik had niet de duurste Campagnolo remmen nodig want in een westrijd wil je toch niet remmen. De achterderailleur was Campagnolo Nuovo Record, de voorderailleur een gewone Campagnolo, een crankset van Sugino want voor Campagnolo had ik toen geen geld meer.

De tandwielverhoudingen waren standaard. Je had voor 52-48, en achter 14-15-16-17-18. De 18 was voor tegenwind, de 15 en de 16 voor de criteria. De 18 kon je alleen gbruiken met het kleine blad voor, met het grote blad kon je de 14-15-16 gebruiken. De ketting mocht niet te schuin lopen. Ik heb in de polder toen nooit behoefte gehad aan andere tandwielverhoudingen. In de heuvels en bergen wel, natuurlijk.

Ik heb in 2010 voor het laatst op die fiets gefietst, na een periode helemaal niet gefietst te hebben. Ik kon nog wel bandjes kopen voor de Aandewiel, tuubs, maar een ketting niet, tandwielen niet, wielen niet, niks paste, het was allemaal teveel veranderd. Ik kon ook de Clement bruine kit nergens vinden, de kit die je altijd gebruikte om de bandjes op de velg te kitten.

Ik moest dus een nieuwe fiets.

Ik kocht een Specialized Tarmac, het instapmodel, met een Shimano 105 groep. Ik dacht “de achterderailleur is super belangrijk om goed te schakelen” dus liet ik er een Dura Ace achterderailleur op zetten. Ik weet nu dat dat onzin was: een moderne goedkope derailleur schakelt al veel beter dan het Campagnolo Nuovo Record topmodel van toen.

Waar ik jaren mee geworsteld heb zijn de tandwielverhoudingen. Mijn nieuwe fiets had tien tandwielen achter, van 11 tot 23. Voor is het 53-39. Vanuit mijn oude idee “de ketting mag niet te schuin lopen” vond ik een 11 tandwiel achter een absurd idee. Als ik op mijn 20e het 14-tandwiel al te zwaar vond, hoe kan ik dan als 60+er een 11 trappen? En een 23, dat was waar ik vroeger mee in de Vogezen fietste op hellingen van 10%, wat heb ik daar dan aan in het vlakke land? Jaren heb ik geëxperimenteerd met tandwielen, vanuit mijn naar ik nu weet achterhaalde ideeën over tandwielen en schakelen. Ik weet nu dat je de ketting best schuin mag laten lopen, moderne kettingen zijn zoveel beter en soepeler dan de kettingen van vroeger. Je kunt de 11 en 12 gebruiken met je kleine voorblad, en met het grote blad kun je ook de 23 rijden. Er ging een wereld voor me open.

Waar je vroeger een zeer beperkte keuze in verzetten had, je had er effectief zes, waarbij je dan ook met de voorderailleur moest schakelen, heb je nu meer verzetten zonder dat je met het voorblad hoeft te schakelen. Je hoeft ook niet als je op vakantie naar Frankrijk gaat andere tandwielen te monteren, zoals we vroeger deden, want met 39-23 kom je de meeste bergen wel op. Tenminste, als je 20 bent.

Wat ik geleerd heb is dat als je een tijdje weg bent uit een vakgebied (of uit een sport of hobby) je teveel mist van wat er intussen is gebeurd. En als je lang genoeg weg bent geweest is de afstand die je hebt tot de huidige stand van zaken zo groot dat je niet gemakkelijk weer aansluiting vindt. En dus ben je dan jaren bezig om uit te vinden dat de fietsen die ze tegenwoordig verkopen optimaal zijn ingericht en afgesteld. Alleen, je moet niet naar moderne racefietsen kijken met de ogen van vroeger. Je moet weten hoe en waarom racefietsen nu anders zijn. Je moet leren goed gebruik te maken van een moderne fiets.

Natuurlijk had ik toen ik mijn nieuwe fiets had gekocht meer met anderen moeten fietsen, meer onderzoek moeten doen, vaker koffie moeten drinken met wielrenners, om me in te leven in de veranderde wielren-wereld. Maar ja, ik was nu eenmaal gewend om in mijn eentje te trainen, en wedstrijden zijn er voor mijn leeftijdscategorie niet.

PS. Je kunt in dit stukje voor “wielrennen” natuurlijk iedere sport of ieder vakgebied invullen. Je kunt voor “fiets” iedere technologie invullen. Altijd geldt dat als je ergens langere tijd uit bent, je teveel kennis mist om er naadloos en zonder hulp weer helemaal in te komen.