Blog

Hernieuwbaar is niet groen

In 1972 publiceerde de Club van Rome het rapport “Grenzen aan de groei”. Het belangrijkste wat ik me herinner van dat rapport is de constatering dat delfstoffen en dus fossiele brandstoffen eindig zijn, kwa hoeveelheid. Als we doorgingen met olie en kolen verstoken, dan zou het op een gegeven moment op zijn, en wat dan?

Een oplossing voor dit probleem is het gebruik van “hernieuwbare” brandstoffen, dat wil zeggen, brandstoffen die we niet opgraven uit de aarde maar die we kunnen bijmaken. Dat is windenergie, of houtverbranding. Zonnecellen waren in de jaren ’70 al wel uitgevonden, maar pas in de jaren ’80 ging men bruikbare zonnecellen maken met een zinvol rendement.

We zijn nu vijftig jaar verder en de steenkool en olie zijn nog niet op. De wereldeconomie is minstens zoveel gegroeid als dat men indertijd dacht, maar er blijkt ook meer fossiele brandstof in de aarde te zitten dan gedacht. Het feit dat de hoeveelheid fossiele brandstof eindig is, blijkt niet zo’n probleem.

Wel een probleem is de hoeveelheid koolstof-dioxide (CO₂) in de atmosfeer. CO₂ en andere “broeikasgassen” zorgen dat de dampkring van de aarde opwarmt. Dat komt hierdoor: de zon verwarmt overdag de aarde met zichtbaar licht, dat door de dampkring het aardoppervlak bereikt. De aarde straalt die warmte ook weer uit, in de nacht, als microgolfstraling (warmtestraling). CO₂ (en andere broeikasgassen) laten het zichtbare licht van de zon probleemloos door, maar vangen de warmtestraling op, waardoor die niet de atmosfeer verlaat. Hierdoor warmt de atmosfeer geleidelijk aan op.

Hoe meer CO₂ (en andere broeikasgassen, ik zal dat verder niet expliciet steeds noemen) er in de atmosfeer is, hoe sneller de aarde opwarmt. Het enige wat belangrijk is voor de opwarming is het CO₂-gehalte van de lucht. Waar die CO₂ vandaan komt is niet relevant. Of die CO₂ uit een “cyclisch” proces komt of niet, doet er niet toe. Het CO₂-gehalte van de lucht is wat telt.

Willen we met ons allen minder CO₂ uitstoten, dan moeten we minder brandstof verbranden. De belangrijkste bron van CO₂ in de atmosfeer is het verbranden van fossiele brandstoffen als steenkool, olie en aardgas. Vandaar de terechte roep om steenkoolcentrales te sluiten en minder voertuigen met verbrandingsmotoren op de weg en in de lucht te hebben.

En daar lijkt er ergens iets mis te zijn gegaan in de terminologie. In “Grenzen aan de groei” ging het erom fossiele brandstoffen te vervangen door hernieuwbare brandstoffen, die niet de aarde zouden uitputten. Bij het beperken van de CO₂ uitstoot gaat het niet om het “hernieuwbare” effect, maar om de hoeveelheid CO₂. Terwijl het gebruikt van biomassa voor de Club van Rome een goed idee was, het stopt immers de uitputting van de aarde, is het voor de opwarming van de aarde juist helemaal geen goed idee. Het verbranden van hout of alcohol geeft meer CO₂ dan het verbranden van steenkool of olie, omdat hout en alcohol een lagere verbrandingswaarde hebben. Hout is wel hernieuwbaar, maar tegelijkertijd is het verbranden ervan zeer slecht voor het milieu.

Op dezelfde manier is het gebruik van aardgas voor de uitputting van de aarde even slecht als het verbranden van steenkool of olie, maar voor de opwarming van de aarde is aardgas veel beter. Immers, het verbranden van aardgas produceert half zoveel CO₂ per hoeveelheid opgewekte energie als steenkool, olie of hout.

Het woord “hernieuwbaar” moeten we dus niet meer gebruiken. Ons probleem is immers allang niet meer de uitputting van de aarde, ons probleem is de opwarming van de aarde. De oplossing is het drastisch verminderen van de netto uitstoot van CO₂. En hoe we dat doen maakt niet uit. Voor iedere vorm van energie-opwekking kun je uitrekenen wat de netto uitstoot van CO₂ is per Joule per seconde, of per megawattuur per jaar. Hoe lager die uitstoot is, hoe minder de aarde opwarmt. Hoe “groen” energieopwekking is wordt bepaald door dat getal, de hoeveelheid netto geproduceerde CO₂ per tijdseenheid per energiehoeveelheid. Hoe “hernieuwbaar” die energieopwekking is, is voor de opwarming van de aarde in het geheel niet relevant.

Sommige mensen zeggen “hout verbranden is CO₂ neutraal want de geproduceerde CO₂ is eerst door het hout uit de lucht opgenomen”. Dat is een drogreden. Er is eerst CO₂ opgenomen, dat klopt, maar of je na die opname van CO₂ door het bos de bomen verbrandt of dat je steenkool verbrandt, doet niet ter zake – behalve dan dat als je de bomen omhakt, het bos geen CO₂ meer opneemt. Het enige wat telt is de netto hoeveelheid CO₂ per seconde die er in de atmosfeer bijkomt. Of afgaat. En die hoeveelheid is bij het verbranden van steenkool net iets kleiner dan bij het verbranden van hout.

Aardgas is fossiel, en in het kader van de hernieuwbare brandstoffen van de grenzen aan de groei is het verbranden van aardgas precies even slecht als het verbranden van olie of steenkool. Echter, kijk je naar de klimaatopwarming en dus naar de netto uitstoot van CO₂ per joule per seconde, dan is de uitstoot van CO₂ door aardgasverbranding de helft van die van olie of steenkool. Je mag dus tweemaal zoveel energie opwekken met aardgas, vergeleken met steenkool, voor dezelfde opwarming van het klimaat.

En als je dat constateert, is het onbegrijpelijk dat in ons land het aardgas moet verdwijnen, terwijl het verbranden van hout en alcohol (biobrandstof) gesubsidieerd wordt of verplicht wordt. Er wordt 5% of 10% alcohol bijgemengd bij de auto-benzine. Alcohol heeft een lagere verbrandingswaarde dan benzine, je auto gaat er dus minder zuinig van lopen en produceert meer CO₂ per kilometer. Omdat de netto uitstoot van CO₂ het enige is wat telt, voor de opwarming van de aarde, is het verplichte bijmengen van alcohol in de benzine dus slecht voor het klimaat. Als je een wat oudere auto hebt, is het ook slecht voor de motor van je auto.

Ik stel voor om het woord “hernieuwbaar” niet meer te gebruiken. In plaats daarvan geven we dan bij iedere vorm van energieopwekking aan wat de netto uitstoot van CO₂ is per seconde per Joule. Waarbij we dan de uitstoot kunnen verminderen door naast het verbranden van aardgas eenzelfde bos aan te planten als wat we voor biomassa zouden doen en de CO₂ opname van dat bos verrekenen met de uitstoot van de centrale. Voor alle energie die we produceren rekenen we uit wat het “groen-getal” is, dat wil zeggen, de CO₂ uitstoot, verminderd met de compensatiemaatregelen die we treffen in de vorm van aanplant of niet omhakken van bos. Dan zal blijken dat de klimaat-agenda van onze overheid grondig herschreven moet worden.