Blog

Project: kniepertjes

Toen ik klein was bakten mijn oma en mijn moeder soms kniepertjes. Ik weet niet meer of ze dat rond Oud en Nieuw deden, in ieder geval niet op oudejaarsdag want dan bakten ze oliebollen. Honderden, in mijn herinnering, dan aten we twee weken alleen oliebollen. Mijn oma woonde bij ons in, kookte voor zichzelf apart en had haar eigen “aanleunwoning”, maar speciale dingen deed ze met mijn moeder samen. Oma was alleen, opa was overleden twee maanden voordat mijn moeder geboren is. Hij heette Aart Heering. Mijn moeder is naar hem genoemd, ze heette Aartje.

Omdat ik het kniepertjesijzer van mijn moeder heb geërfd en dat maar steeds in de keuken lag, besloot ik nu eindelijk eens zelf kniepertjes te gaan bakken.

Kniepertjes (van “kniep’n”, dialect voor “knijpen”) maak je met een wafelijzer, of kniepertjesijzer: een grote tang waarmee je een bolletje deeg platknijpt en die je dan in het vuur houdt om het kniepertje te bakken. “Vuur”, dat was heel vroeger het vuur in de keuken, toen mijn oma kniepertjes bakte was dat het gasfornuis (met stadsgas). Helaas heb ik geen gas in de keuken, maar een inductie-plaat. Ik heb overwogen om een gasbrander aan te schaffen voor de kniepertjes, maar ik bedacht op tijd dat het met inductie toch ook moet kunnen. Het wafelijzer is van gietijzer, dat wordt wel warm boven de inductie. Op de grote inductie-pitten werkt het niet, die gaan uit, maar op het kleine pitje rechtsachter bleek het prima te gaan.

Het recept dat ik heb is het recept dat mijn oma en mijn moeder vroeger in Apeldoorn gebruikten, uit het kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool van Cornelia Wannee. Niet de versie die je nu in de boekwinkel koopt, maar de vierde druk van ongeveer honderd jaar geleden.

Blijkbaar bakte mijn moeder 90 kniepertjes, niet zestig, ze heeft er de aangepaste hoeveelheden bijgeschreven. Ik heb er 30 gemaakt, hieronder een deel daarvan. Ik moet het kniepertjes maken nog leren dus ik heb de hoeveelheid beperkt gehouden. Als ik het onder de knie heb, kan ik er ook 90 maken. Maak je geen zorgen over de hoeveelheid boter in het recept: een deel van die boter knijp je bij het bakken uit het koekje, die blijft achter op de kookplaat.

Het recept zegt wat je moet doen. Je maakt de balletjes, en dan leg je één balletje in het wafelijzer en knijp je het plat. Je kunt flink blijven knijpen gedurende het bakproces, je kunt ook het balletje platknijpen en dan het wafelijzer laten liggen. Ik heb gemerkt dat het net iets beter gaat als je wat druk op de uiteinden van het wafelijzer houdt. Verder heb ik het wafelijzer voorverwarmd, ik had in de allereerste sessie met een paar balletjes gemerkt dat de eerste kniepertjes mislukten. Uiteindelijk denk ik dat je wat warmer moet beginnen (stand 8 op mijn kleine pitje) en dat je dan zakt naar 7 of 6½. Een minuut per kant heb ik gedaan, de koekjes worden wel wat donker maar met korter bakken werden ze niet helemaal gaar.

Het oprollen is wel een gedoe. Je hebt een paar seconden om het wafeltje uit het ijzer te halen (met een mes kun je het losmaken, het laat gemakkelijk los) en op te rollen. Je moet gelijk goed rollen, bij mij braken er nogal wat, en je kunt het niet vasthouden omdat het gewoon te heet is, dus sommige rollen dan weer wat af.

Het resultaat van mijn eerste kniepertjes-sessie is matig: een deel ging kapot, sommige zijn te donker of te licht, bijna allemaal zijn ze niet mooi rond, maar ze zijn wel heel lekker. Het schijnt dat sommige mensen slagroom in de koekjes doen, ik heb dat bij mijn oma echter nooit gezien. Op twitter hoor ik dat kniepertjes Drents zijn. Mijn oma haar moeder kwam uit Drente, ik denk uit Ruinerwold. Daar woont nog steeds verre familie.