Waarom de klimaatmodellen niet deugen

softwareambacht

Ons klimaat warmt op. In de afgelopen eeuw is het een graad opgewarmd en als we niets doen warmt het steeds sneller steeds meer op, totdat het zo warm is dat wij mensen niet meer kunnen leven op aarde vanwege overstromingen en voedseltekort. En dus is het mooi dat onze regering een klimaatakkoord heeft gepresenteerd om de opwarming van onze aarde aan te pakken. Ik zie in dat akkoord echter twee problemen: de maatregelen kosten heel veel geld en ze gaan niet helpen. De regering (en CPB en allerlei instanties) gebruiken modellen om zo’n akkoord vorm te geven en te motiveren. Omdat ik als fysica aardig onderlegd ben in het opstellen en doorrekenen van modellen van allerlei aard, ben ik eens gaan nadenken over deze modellen. Mijn conclusie is dat de modellen van de overheid een fout beeld geven omdat ze niet goed doordacht zijn. Ik zal een voorbeeld geven.

Stel je wilt weten wat het effect op het klimaat is van het stoken van hout, van steenkool en van aardgas. Dan maak je drie modellen: eentje waarin ons hele land elektriciteit krijgt uit centrales die houtpellets stoken, eentje waarin de centrales steenkool stoken en eentje waarin de centrales aardgas stoken.

Het houtmodel zegt dat we eerst een bos kweken, dat we na dertig jaar dat bos omhakken en de bomen verstoken voor elektriciteit. Het bos heeft in dertig jaar ongeveer de hoeveelheid CO₂ uit de atmosfeer opgenomen die het verbranden van de bomen weer in de lucht brengt. Bij elkaar geteld heeft het stoken van hout dus geen effect op de CO₂ in de lucht.

Dan het steenkoolmodel. In dat model hebben we een berg steenkool die dezelfde energie levert als het bos uit het eerste model. Het opstoken van de steenkool geeft ongeveer dezelfde hoeveelheid CO₂ in de atmosfeer als de verstookte bomen, maar de berg steenkool heeft geen CO₂ uit de lucht opgenomen en dus geeft dit model een sterke bijdrage aan de CO₂ uitstoot.

Het aardgasmodel gaat net als het steenkoolmodel, alleen produceert aardgas half zoveel CO₂ als steenkool en dus is het negatieve effect op het klimaat ook maar de helft.

Maar wacht even. Waar is in het steenkoolmodel het bos gebleven? Als je modellen maakt om effecten te vergelijken dan moet je wel in alle modellen dezelfde randvoorwaarden hanteren. Om het simpel te zeggen: als je in het eerste model alle bomen van de Veluwe opstookt en dus meerekent in je model, kun je er in de beide andere modellen niet vanuit gaan dat er geen bomen staan op de Veluwe. Die zijn niet ineens zomaar weg als je een steenkoolcentrale bouwt.

Dus de drie modellen moeten als volgt zijn:

In de houtcentrale wordt de CO₂ uitstoot bij benadering gecompenseerd door de CO₂ die het bos tot dan heeft opgenomen uit de atmosfeer. Ook de steenkoolcentrale produceert ongeveer evenveel CO₂ als wat het bos al heeft gecompenseerd. De aardgascentrale produceert de helft van de CO₂ van de andere twee, terwijl het bos wel dezelfde hoeveelheid CO₂ opneemt, dus het aardgas-scenario heeft een positieve bijdrage aan het klimaat: de centrale produceert minder CO₂ dan het bos compenseert: netto is er CO₂ reductie, geen productie. En dan nog wat: in het hout-centrale scenario stopt het bos met CO₂ opnemen als het hout wordt verbrand. Het duurt decennia voordat er op dezelfde grond weer bomen staan die net zoveel CO₂ opnemen. In het steenkool scenario en het gas scenario blijven de bomen staan, ze blijven de volle hoeveelheid CO₂ opnemen, en dus zijn die scenario’s positief voor het klimaat: na een paar jaar wordt ook in het steenkoolmodel meer CO₂ opgenomen dan geproduceerd.

Deze scenario’s zijn natuurlijk ietwat gesimplificeerd. Wat ik duidelijk wil maken is dat je in diverse scenario’s dezelfde randvoorwaarden moet aannemen anders vergelijk je appels met peren. Doe je het goed, dan reken je deze scenario’s uit voor heel Nederland. Er staan 300 miljoen bomen in Nederland. We gebruiken rond 120 miljard kilowattuur aan elektriciteit per jaar. Dus moeten we in de drie scenario’s uitrekenen hoeveel bomen we per jaar moeten kappen voor houtcentrales, hoeveel steenkool we zouden moeten opgraven, en hoeveel aardgas we zouden moeten oppompen. Ook moeten we uitrekenen hoeveel CO₂ die 300 miljoen bomen uit de lucht halen, en hoeveel minder dat wordt als we substantieel bomen gaan kappen voor houtcentrales. Als het CPB en het PBL (planbureau voor de leefomgeving) het zo hadden gedaan, dan was daar uit gekomen dat aardgas verbranden het beste is, van deze drie alternatieven. Dat steenkool tweede is en dat hout verbranden het slechtste is. Dus moeten we “van het hout af” en subsidie geven op aardgas.

Eén argument tegen aardgas is dat de Groningers verzakken. Ik vind dat heel erg voor de Groningers, maar het feit dat ze verzakken heeft niets te maken met de CO₂ in de atmosfeer en dus niet met de opwarming van de aarde. Dat we “van het gas af” moeten is best redelijk, als je denkt aan Groningen, maar voor de opwarming van de aarde is het niet goed om te stoppen met aardgas.

Een ander argument dat ik hoorde tegen “fossiele brandstoffen” is dat we de grondstoffen uitputten. Dat is waar. Als we olie blijven oppompen en kolen blijven opgraven in het huidige tempo zijn we er op enig moment doorheen. Dat zei de Club van Rome al in de jaren ’70. Maar het opraken van steenkool en olie heeft op zich niets te maken met de opwarming van de aarde. Fossiele brandstoffen zijn voor de hoeveelheid CO₂ in de lucht niet beter of slechter dan niet-fossiele brandstoffen.

De regering loopt voorop in het verwarren van de discussie door het verzakken van de Groningers te koppelen aan de opwarming van de aarde. De kosten die we maken om de Groningers erbovenop te helpen worden opgenomen in het klimaat akkoord en dus zijn die kosten ineens aanvaardbaar. Klimaatactivisten lopen te hoop tegen “fossiel”, verzwijgend dat de “fossiele brandstof” aardgas half zoveel CO₂ produceert als de houtpellets die we in het kader van het klimaatakkoord gaan subsidiëren.

Ik stel voor dat we nieuwe modellen maken, eerlijke modellen waarin alles op een evenwichtige manier tegen elkaar wordt afgewogen. Uit die modellen zal komen dat de enige manier om het klimaat voor verder opwarmen te behoeden is het produceren van aanzienlijk minder CO₂. En dat bereiken we door ten eerste veel minder energie te verbruiken en ten tweede onze energie alleen of zoveel mogelijk zonder productie van CO₂ op te wekken. Dat wil zeggen, alleen zonne-energie, windenergie en waterkracht. De maatregelen kunnen eenvoudig zijn:

  1. Elektrische auto’s moeten aantoonbaar hun elektriciteit krijgen uit zonne-energie of wind. Anders tellen ze niet mee.
  2. We moeten woon-werk verkeer drastisch beperken. Zorg dat mensen dichter bij het werk wonen of dichter bij huis werken.
  3. We moeten voor ons plezier (vakantie) aanzienlijk minder energie gebruiken. Niet meer vliegen, niet meer naar de andere kant van Europa met de auto.
  4. Laten we heffingen instellen op het vervoer van producten uit verre landen. Een auto uit Azië importeren geeft extra CO₂ van sterk vervuilende schepen, zet daar maar een flinke invoerheffing op. Hetzelfde voor appels uit Zuid-Amerika of houtsnippers uit de VS.
  5. Wat we willen stimuleren en subsidiëren is alle technologie die CO₂ uit de lucht haalt. Een fabriek die benzine maakt uit CO2 en water met behulp van zonne-energie heeft een positief effect op het klimaat. Zelfs als je die benzine zou verbranden komt er geen CO₂ extra in de lucht.
  6. De industrie moet een dwingende prikkel krijgen om Co₂-vrij te produceren.
  7. We moeten de CO₂ reductie vergroten door het planten van groen en door het beschermen van tropische bossen. Het is te gek dat in deze tijd van klimaat opwarming het areaal tropisch regenwoud iedere dag merkbaar kleiner wordt.
  8. We moeten af van het woord “hernieuwbaar” (of “renewable”). Energie is niet hernieuwbaar. Energie kan CO₂-vrij worden geproduceerd, of het kan worden gecompenseerd met bomen. Het is niet hernieuwbaar.

Al deze maatregelen, en alle denkbare maatregelen, kun je bereiken door het produceren van CO₂ duurder te maken dan het milieuvriendelijke alternatief. Het vliegtuig moet duurder zijn dan de trein. Ver van je werk wonen moet duurder zijn dan dichtbij wonen. Producten van ver moeten duurder zijn dan lokale producten. Exploitatie van een schone fabriek moet goedkoper zijn dan exploitatie van een CO₂ producerende fabriek.

En vooral, waar we vanaf moeten zijn de rekenregels. Niks verhandelbaar CO₂ quotum, niks verminderen van heffing omdat we ergens een boompje planten. Minder CO₂, daar gaat het om.